Dromen – Mijn verhaal

DSC_0705Een paar dagen geleden vertelde ik in dit blog dat ik mee doe aan de schrijfwedstrijd ‘Talent voor Taal’. Inmiddels heb ik mijn verhaal af, en het door mijn Nederlands leraar laten controleren. Voor het geval je het nog niet wist, het thema van dit jaar is dromen en er wordt ook aandacht gegeven aan Unicef en kinderrechten. Het leek mij leuk om met jullie mijn verhaal te delen, dus hier komt ie!

Dankbaarheid

Onze lerares zegt iets over leerwerk, maar het dringt niet tot me door. Ik staar naar buiten. Nog 10 minuten. Ik zie een oud stelletje lopen. Later ga ik een wereldreis maken. Eerst ga ik naar IJsland en ik wil ook naar China. Met wie weet ik nog niet. Misschien heb ik tegen die tijd wel een vriendje. Ik moet voor die tijd nog heel lang op school zitten. Ik moet van mijn ouders eerst mijn havo halen en daarna studeren. Ik wil niet, ik haat school. Studeren is nog niet eens het ergste, maar nog drie jaar op deze school? Liever niet. Wat heb ik eraan? Ik wil fotograaf worden, dan heb ik toch helemaal niks aan wiskunde, Frans en geschiedenis? Ik schrik op van de bel.

‘Wat ga jij doen van het weekend?’ vraagt Liv als we samen naar huis fietsen. Ik kijk haar aan.

‘Geen idee. Jij?’ vraag ik onverschillig.

‘Ik heb een judowedstrijd. Het is een belangrijke wedstrijd. Als ik door ben, mag ik naar het NK.’

‘Spannend! Het is echt een droom voor je, hè?’

Ze knikt. ‘Ik wil niets liever dan dat. Mijn droom is niet zo zeer de beste zijn, maar ik wil mijn hele leven kunnen blijven doen wat ik het liefste doe. Ga je mee kijken?’.

Ik denk na. Ik ben eerder mee geweest, als publiek moet je behoorlijk lang zitten en wachten. Maar ik weet hoe graag Liv het wil, en dit is een spannende dag, dus ik zeg ja.

‘Wat is jouw droom eigenlijk?’ vraagt ze aan me.

‘Een wereldreis maken’, zeg ik dromerig. ‘De hele wereld over, met een rugzak en een tentje.’

‘Gaaf… Lijkt me ook super. Maar toch vind ik judo belangrijker, daar geef ik alles voor op.’

Als ik thuiskom springt Bo tegen me op. Ik aai haar, en pak de riem.

‘Kom, we gaan naar het park.’ Ze kwispelt. Lachend doe ik de riem vast.

Eenmaal in het park ga ik op een bankje zitten en laat ik Bo haar gang gaan. Er komt een oude man naast me zitten. Hij heeft grijs haar, en een brilletje. Hij kijkt me aan en vraagt:

‘Is dat jouw hondje?’

Ik knik. ‘Ik heb haar al twee jaar, en elke dag na school laat ik haar uit.’

‘Vroeger had ik ook een hond. Een grote herdershond. Daarmee ging ik ook altijd wandelen. Nu is hij dood, en moet ik mezelf uitlaten, ik moet natuurlijk wel een beetje fit blijven.’

‘Waarom heeft u geen nieuw hondje genomen?’ Bo heeft intussen een maatje gevonden en ze draaien rondjes om elkaar heen.

‘Ach, ik weet het niet. Het was wat te zwaar voor me. Elke dag uitlaten, poep oprapen en eten geven, ik kreeg er een stijve rug van. Maar ik zou het wel fijn vinden om weer een hondje te hebben dat me gezelschap houdt.’

Ik heb medelijden met hem. Hij zal wel alleen wonen en geen vrouw meer hebben.

‘Weet u’, begin ik, ‘ik wil later een wereldreis maken. Maar eerst moet ik school afmaken. Dat wil ik niet. Ik heb een stomme klas en ik vind de lessen saai. Ik wil veel liever reizen.’

Hij kijkt me een beetje verontwaardigd aan. Waarschijnlijk weet hij niet wat hij met deze informatie moet. Ik weet eigenlijk ook niet waarom ik het zei, het floepte er gewoon uit. Net als ik weg wil lopen, begint hij te praten.

‘Ik ben ooit in Afrika geweest met mijn vrouw. We gingen op bezoek in een weeshuis. Er waren allemaal kleine jongens en meisjes die met elkaar speelden en lachten. Ze keken ons met grote ogen aan. We zijn er een week lang geweest om de kinderen gezelschap te houden, ze vonden het heerlijk. Die kindjes kunnen niet naar school, kunnen niet lezen en schrijven, ze willen het wel dolgraag leren. Maar er is geen geld voor, alleen kinderen uit rijke gezinnen kunnen daar naar school. Wees dankbaar, meisje, dat je naar school kan, en mag. Je boft dat jij later een goede baan kan krijgen. Er zijn ontzettend veel kinderen die daar alles voor over hebben, maar die niet naar school kunnen.’

Als ik ’s avonds in bed lig, denk ik na over wat de oude man zei. Hij heeft gelijk. Iedereen heeft dromen, wil een wereldreis maken, in een villa wonen, parachutespringen… Maar het belangrijkste is dat je gelukkig bent. Dat je gezond bent en een dak boven je hoofd hebt. Daar mag je heel dankbaar voor zijn.

Advertenties

12 gedachtes over “Dromen – Mijn verhaal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s